Lekcja 4 – język niderlandzki dla początkujących [wideo]

Sie 05, 15 Lekcja 4 – język niderlandzki dla początkujących [wideo]

Les 4 – Wil je koffie of thee? – Lekcja 4 Chcesz kawę czy herbatę?

Woordenboek – Słownik

Woorden: Werkwoorden

Zelfstandige naamwoorden

Overige woorden

drink (drinken) – pić
zet (neer)
wil (wilen) – chcieć
kom (komen) – przychodzić
ga (gaan) – iść, jechać
Wil je..? – Czy chcesz …?
Wat is dat? – Co to jest?
Hoeveel … wil je? – Ile … chcesz?

de suiker – cukier
de melk – mleko
het kopje – filiżanka
de kan – dzbanek
de koffie – kawa
de thee – herbata

lekker
geen
wat – co
of
hoeveel – ile
veel – weinig /dużo- mało/
een beetje – trochę

 

 

De koffie – de thee – het kopje – de suiker – de melk – de kan.
Dag Rick, wil je koffie of thee?
R: Lekker, koffie alsjeblieft.
Kom, ga zitten.
Ga zitten.
Wil je koffie of thee? Rick wil koffie.
Rick, wil je suiker in de koffie? R: Ja, alsjeblieft.
Hoeveel, hoeveel suiker wil jij in de koffie? R: Een beetje.
Oké.
Wil je melk in de koffie? R: Ja, alsjeblieft.
Hoeveel? R: Veel.
Veel.
Rick wil koffie.
Rick wil suiker in de koffie, Rick wil melk in de koffie.
Rick wil een beetje suiker.
Een beetje.
Rick wil veel melk.
Veel.
Alsjeblieft Rick! R: Dankjewel, mmm lekker.
Rick drinkt. Rick drinkt koffie.
Ik drink geen koffie. Geen koffie.
Ik drink thee. Mmm lekker.
Rick, drink jij veel koffie?
R: Ja, ik drink veel koffie.
Hoeveel? Hoeveel?
R: 4 of 5.
Dat is veel!
Ik drink niet veel koffie. Ik drink weinig koffie.
1 of 2. Dat is niet veel. Dat is weinig.
Ik drink veel thee.
Ik drink 5 of 6 thee.
Dat is veel.
Wat is dat? Wat?
Wat is dat? Dat is de kan.
Wat is dat? Dat is het kopje.
Wat is dat? Dat is de suiker.
Wat is dat? Dat is de melk.
Ik wil een kopje thee.
Ik pak het kopje. Ik pak de kan.
De thee is in de kan.
Ik doe de thee in het kopje.
Ik zet de kan op tafel.
Ik pak de suiker.
Ik doe een beetje suiker in de thee.
Ik leg de suiker op tafel.
Ik pak de melk.
Ik wil veel melk in de thee.
Ik doe de melk in de thee.
Ik zet de melk op tafel.
Ik leg de suiker. Ik zet de melk. Leg-zet.
Ik leg de pen op tafel. Leg.
Ik zet de kan op tafel. Zet.
Leg-zet.
Ik pak de thee. Ik drink een kopje thee.
Mmmmm, lekker.
Dit was les 4. Tot de volgende les.

 

Wszystkie lekcje z serii „Woord voor Woord“ >>>

Napisz komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany. Pola, których wypełnienie jest wymagane, są oznaczone symbolem *

Nasza witryna internetowa wykorzystuje pliki cookies. Kontynuując przeglądanie strony, akceptujesz politykę prywatności.
OK
X
wiatraczek.nl
¤