Lekcja 5 – język niderlandzki dla początkujących [wideo]

Lis 29, 15 Lekcja 5 – język niderlandzki dla początkujących [wideo]

Les 5 Van links naar rechts. – Lekcja 5 Od lewej do prawej.

Woordenboek – Słownik

Werkwoorden

Zelfstandige naamwoorden

Overige woorden

stop (stoppen) – zatrzymać
draai om (omdraaien) – obrócić
tel(t) (tellen) –
liczyć
mag (mogen) – móc

Mag ik ….? – Czy mogę …?
Uit welk land kom jij? – Z jakiego kraju pochodzisz?
Welk getal is dit? – Jaka to jest liczba?

het land – kraj
de kast – szafa
het bord – tablica
het schrift – zeszyt
het getal – liczba

getallen 1-10 – liczby 1-10
welk(e) – który, która, które
hetzelfde
links – rechts
boven – beneden
van – tot
en – i

Welkom bij woord voor woord. Dit is les 5. Van links naar rechts.


Dit is het bord. Het bord.
Ik schrijf op het bord.
Ik schrijf mijn naam.
Ik schrijf van links naar rechts .
Van links naar rechts.
Links – rechts.
Ik schrijf het getal 1 op het bord. Het getal 1.
Ik schrijf het getal 2 op het bord. Het getal 2.
Ik schrijf de getallen van 1 tot 10 op het bord.
Van links naar rechts.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10.
De getallen van 1 tot 10. Van links naar rechts.
Ik tel. Ik tel van 1 tot 10.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10.
Ik tel. Ik tel de pennen. 1 2 3 4 5. 5 pennen.
Ik tel.
Rick, tel van 1 tot 10. R: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10.
Rick telt.
Rick tel van 10 tot 1. R: 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1.
Rick telt.
Rick, welk getal is dit? R: Dat is de 5.
De 5.
Welk getal? De 5.
Rick, welk getal is dit? R: Dat is de 3.
De 3. Welk, welk getal?
Uit welk land kom jij?
Rick, uit welk land kom jij? R: Ik kom uit Nederland.
Rick komt uit Nederland.
Ik kom uit Nederland .
Uit welk land kom jij?
Ik schrijf het getal 1.
Ik schrijf van boven naar beneden.

Welk getal is dat? Welk getal?
Het getal 1.
Ik schrijf de een 1 van boven naar beneden.
Van boven naar beneden.
Ik ben boven. Ik loop van boven naar beneden.
Ik ben beneden.
Ik schrijf het getal 5. Ik schrijf nog een 5.
Welke getallen zijn dit? Welke getallen?
De 5. De 5 en de 5. Het zelfde.
Ik schrijf de 4 en de 3.
De 4 en de 3. Niet hetzelfde.
1 – 1 hetzelfde.
4 en 4 hetzelfde
3 en 7 niet hetzelfde.
Ik loop. Ik loop, ik stop. Ik draai om.
Ik loop, ik stop, ik draai om.
Ik loop naar de kast.
Ik stop ik draai om.
De kast. Ik doe de kast open.
Ik pak het schrift – het schrift.
Ik pak het schrift uit de kast. Boven uit de kast.
Ik doe het schrift open. Dicht- open.
Ik loop naar het bord.
Ik schrijf op het bord.
Ik schrijf in het schrift.
Rick, mag ik de pen. Mag ik? R: Alsjeblieft.
Dankjewel.
R: Mag ik gaan zitten?
Ja, ga zitten.
Rick gaat zitten.
Ik ga zitten.
Ik leg het schrift op tafel.
Ik schrijf in het schrift.
Ik schrijf het getal 5. Het getal 5.
Dit was les 5. Tot de volgende les.

Słowniczek:

Wszystkie lekcje z serii „Woord voor Woord“ >>>

Napisz komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany. Pola, których wypełnienie jest wymagane, są oznaczone symbolem *

Nasza witryna internetowa wykorzystuje pliki cookies. Kontynuując przeglądanie strony, akceptujesz politykę prywatności.
OK
X
¤